Het geluk/gelijk van Limburg

Als Limburg ergens krachtig in was tijdens Het geluk/gelijk van Limburg georganiseerd door Marcia Luyten en Petra Stienen in de Stadsschouwburg van Amsterdam dan waren het de liefdevolle en sterke voordrachten van Connie Palmen en van moeder en dochter Marita en Alma Mathijsen.

Limburgers bedrijven het eten, vertelt Marita Mathijsen. ‘Eten in Limburg is een vorm van veredelde en vooral langdurige seks. In tegenstelling tot seks kan het eten met iedereen bedreven worden: met kinderen, mannen, vrouwen, opa’s en oma’s. Eten in Limburg duurt lang, het moet excellent zijn en toch heeft het geen andere functie dan communicatie. Het moet ook altijd teveel zijn want niets is beschamender dan een tekort dat gelijk staat aan impotentie en frigiditeit.’ In duet met haar dochter Alma liet Marita weten dat zij nooit een dochter wilde die op haar of haar moeder zou lijken. ‘Geen stille dochter die later als vrouw eten klaarmaakt in de keuken terwijl de mannen sigaren roken en oude klare drinken in de huiskamer. Geen dochter die verpleegster wil worden in plaats van arts als zo’n dochter al iets worden wil. Geen dochter die stoeten kinderen zou baren. Geen bescheiden dochter die niet voor zichzelf zou opkomen en achteraan aansluiten en die haar stem niet in het publiek zou durven verheffen. Mijn dochter hoort tot de tweede generatie Limburgers; ze lachen wat om ons eerste generatie. Het leuke van Limburg houdt ze aan en het andere gebruikt ze als het van pas komt.’

Alma Mathijsen, als kind van een Limburgse moeder opgegroeid in de Randstad, beleeft Limburg vooral als kind: ‘Limburg is bloesem en Pasen. Limburg is mijn oom die vindt dat je met Monopoly alleen wint als iemand huilt. Limburg is frites met zuurvlees en met een dampende zak in de auto naar huis. Limburg is als de Gaasbeek waar je met de hele familie naartoe gaat als je teveel vlaai hebt gegeten.’ Gaasbeek die Alma in haar jeugd de Glazen Beek noemde vanwege het o zo heldere wateroppervlak met wegschietende kikkers en reflecterende bomen. Haar relatie met Limburg is oppervlakkig want net als het spiegelbeeld van de Glazen Beek wil zij die nog niet wil verstoren of verder verkennen.

Connie Palmen droeg met zachte stem het hilarisch verhaal voor over de processie in Sint Odiliënberg waarin het uitverkoren meisje als aartsengel met vleugels langer dan 1.70 meter moest zijn. Die processie was belangrijk in haar jeugd; de baar met St. Odilia die ech blindheid kan genezen, ech. De ik-figuur in dat verhaal las Sartre, een boek gekregen van een vriend, waarvan de inhoud haar zo verlokt dat ze sindsdien een existentialist was, iemand verantwoordelijk voor haar eigen keuzes. Dat existentialisme bracht haar tot ‘de daad’. Wachtend op de processie bij het begin van de helling bereidde ze zich mentaal voor. Toen murmelend en biddend, de pastoor met geheven monstrans en de baar met haar grootvader als drager passeerde, weigerde ze te knielen zoals de rest van de toeschouwers. Wel haar ogen gesloten en handen losjes gevouwen voor haar buik als concessie. De plotselinge stilte dwong haar haar ogen op te slaan, om recht voor haar de pastoor met een verwrongen gezicht te zien die haar met de monstrans gebiedend op haar knieën dreef. Deze verhalen met liefde en humor verteld, maakte me die avond in de Stadschouwburg gelukkig. In Amsterdam teruggevoerd naar de herkenning van opgroeien in Zuid-Limburg dat ik alweer bijna vergeten was: bloeiende kersenbomen, mijn spierwitte communiejurkje, strik in het haar, mijn oudere zussen en broers en het rotsvaste geluk dat alles zo hoorde te zijn.

Column 90 in De Limburger/Limburgs Dagblad, 6 februari 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s