Achterhaald

Afgelopen week was een turbulente week voor het Limburgs, streektaal, dialect of plat. Maar liefst drie keer was taal prominent aanwezig in de media. En al dit moois bevatte elementen die bij verschijnen al achterhaald waren.

Heeft u op televisie Sprekend Nederland gezien? Zo gezellig voor de tv om te genieten van en te lachen over de vele vooroordelen die we over elkaars accent koesteren. Ik heb tandenknarsend toegekeken hoe mijn collega’s taalkundigen niet in staat bleken om ook maar iets van vakkennis over het voetlicht te krijgen: waarom hebben we die vooroordelen over elkaars’ accent, hoe zijn die vooroordelen ontstaan en hoe worden ze doorgegeven, kunnen ze veranderen? Kortom hoe werkt zo’n proces nu precies waarbij talige verschillen sociale verschillen tussen (groepen) mensen kunnen afbeelden? Niets daarover viel te beluisteren. Ik lees in Wim Kuipers’ Veldgewas over de winnaar van het sterkste accent: “Nummer drie, brons dus: Rotterdams. Het zilver was voor… het Surinaams. En de winnaar was… Juist. Maar wat stelt dat helemaal voor als het Fries een-na-laatste wordt, net voor het Drents? Ik heb geen idee.” Dit is raak, ik kan dit raadsel ook niet ontsluieren. De aanduiding het sterkste accent is al een vraag waard. Sterkste accent ten opzichte van wat of wie? Dat moet wel haast het zogenaamde ideale Nederlands zijn dat we vroeger ABN noemden. Maar wie spreekt dat en hoe is dat gemeten en waarom konden we daar niet om lachen in Sprekend Nederland of over het accent van de presentatoren. En dan: waarom zijn accenten ook ingedeeld per provincie? Een accent staat toch niet stil bij de provinciegrens. Oké, genoeg over een televisieshow van anderhalf uur over taal met daarin alleen stereotype en dus achterhaalde vooroordelen die mensen elkaar toeschreeuwen.

Een tweede mediaspektakel: het uitkomen van de lang verwachte erfgoednota van de gedeputeerde Koopmans. Geen bezuiniging maar herschikking van de erfgoedgelden valt er te lezen. Een erfgoednota waarin op elke bladzijde te lezen valt dat digitaliseren al het Limburgs cultureel erfgoed naar grote hoogten zal stuwen, opgesteld door een commercieel bedrijf dat leeft van grote, juist ja, digitaliseringsprojecten en dat in een halve pagina in deze krant schrijft dat het digitaliseren van kentekenplaten het grote voorbeeld is van hoe met Limburgs erfgoed om te gaan. Digitaliseren an sich is achterhaald. Niemand binnen de academische wereld krijgt subsidie voor digitaliseren zonder visie en vernieuwende ideeën. En die visie moet juist van archiefexperts komen, kortom van specialisten die vakkennis hebben. Maar die specialisten kunnen we wel vergeten. Als de bezuiniging van vijftig procent op de provinciale subsidie doorgaat, moet het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg juist die mensen ontslaan die de parels in de archieven weten op te duiken. Stel je een gerenommeerd orkest voor dat moet bezuinigen door herschikking van subsidie. De instrumenten komen in het zonnetje te staan want daar is geld voor. De instrumenten flonkeren opgepoetst en glimmend in een tentoonstellingsruimte waar iedereen gratis naar binnen kan. Met de vingers over de glanzende knoppen van de saxofoon aaien, mag. De muzikanten zitten ontslagen thuis. Hoe ze die instrumenten bespelen en hoe die instrumenten (samen) klinken, horen we op een begeleidende cd. Dus altijd dezelfde muziek.

Uit de Limburgse dialectenquête in deze krant van afgelopen week: jonge dialectsprekende ouders willen hun kinderen niet meer in het dialect opvoeden. Het idee dat het tweetalig opvoeden van je kind van jongs af aan in bijvoorbeeld dialect en Nederlands schadelijk is voor de Nederlandse taalontwikkeling is achterhaald. Zo’n Limburgs kind tussen de vijf en acht jaar scoort namelijk ietsje hoger dan het landelijk gemiddelde in de beheersing van de Nederlandse woordenschat.

Column 77 in De Limburger/Limburgs Dagblad, 30 mei 2016.

Limburg twittert

Limburgers twitteren meer in dialect dan Friezen in Fries. Dat blijkt uit onderzoek met collega’s onder wie Theo Meder van het Meertens Instituut en Dong Nguyen en Dolf Trieschnigg van de Universiteit Twente. In dat onderzoek vergelijken we Friesland met Limburg. In het Fries twittert iemand: ‘Ik twitterje yn it Frysk.’ en in het Limburgs zo: ‘Waarsjienlik noe al in Sjpanje, de kroenekrane die v’r höbbe zeen vlege op weeg daonaotoe’.

Tussen januari 2013 en juli 2014 heeft de Universiteit Twente een uitvoerige databank met tweets aangelegd van twitteraars in Nederland. Het is niet echt eenvoudig om na te gaan welke tweets uit die verzameling uit Friesland en Limburg komen want tweets zijn in principe niet plaatsgebonden. Gelukkig gebruiken sommige twitteraars zelf plaatsaanduidingen. Dit is uitgezocht voor Venlo waar bijna 2.000 gebruikers aangeven dat Venlo hun twitter thuisbasis is. Het is grappig om te zien welke naam zij aan hun Venlo geven: naast het gewone V/venlo (ruim meer dan de helft), komt Venlo voor in combinatie met (the) Netherlands, of met Blerick en anderen benoemen Venlo eenmalig en zeer creatief als ‘about 500k from Paris’, ‘Venlo, ja toch’, ‘venlo netuurlik’, ‘Venlocity’, ‘Venlo-Zuud’, ‘Upper E-side venlo’, ‘hartje Venlo’, ‘VenloOw’, ‘oet ut stedje venlo’, ‘earth venlo’ en ‘venlo wao anders?’. In deze beschrijvingen komt dus Engels voor (about 500k from Paris), dialect (oet ut stedje venlo) en Nederlands (hartje Venlo).

Een andere veel nauwkeuriger manier om te achterhalen waar iemand vandaan twittert, is de GPS coördinaten van de twitteraar achterhalen. Maar die GPS coördinaten vertellen ons niet of de twitteraar daar woont, werkt of op bezoek of op doorreis is. In de onderzochte periode zijn er 9.843 twitteraars actief in Limburg en 11.304 in Friesland. De twitteraars in Friesland gebruiken in ruim vijf procent van hun tweets Fries en Limburgse twitteraars in bijna acht procent dialect. En Limburgers schrijven ook veel meer Engels dan dialect en ook meer dan de Friezen doen: bijna zeventien procent in Limburg laat Engels in hun tweets zien tegen ruim negen procent in Friesland. Maar het is wel knap lastig om automatisch te zoeken naar Limburgs dialect in een tweet. Limburgers schrijven veel Nederlands en dialect door elkaar: in ‘Met 32 graden toch maar vol gaas werke aan mien stageopdracht! #onderzoek’ staan ‘gaas’ en ‘werke’ tussen een volledig Nederlandse zin en ‘werke’ kan ook Nederlands zijn. In ‘Toch best prima een weekendje niks! Lang geleeje!’ verraadt alleen ‘geleeje’ dialectgebruik. Veel twitteraars in Limburg gebruiken weinig dialect tussen veel Nederlands en er is slechts een kleine groep die uitsluitend in dialect schrijft.

Het twitter-onderzoek geeft een goed beeld van de talige rijkdom in een gemeente als bijvoorbeeld Horst aan de Maas. Tweets die vanuit Horst verstuurd zijn, misschien vanaf een attractiepark of benzinestation, zijn ook in het Duits ‘die drittsemester des #jmw studiengangs der #fhkiel sind auf dem weg nach #brüssel’, Frans ‘dire que je suis pas loin de stro’, Belgisch Nederlands ‘keiplezant! @ attractiepark toverland’, Arabisch en Surinaams Nederlands. Twitteraars die aan Horst gebonden zijn, twitteren alleen in het Nederlands, dialect en Engels maar niet in het Pools. Dat is best een verrassing gezien de vele Polen die in Horst wonen en werken. Dat kan omdat de databank van de Universiteit Twente niet compleet is of omdat Polen niet twitteren. Voor de gemeente is dit hoe dan ook een belangrijk resultaat. Er is immers geen garantie dat voorlichting en informatie getwitterd door de gemeente hun Poolse inwoners ook echt weet te vinden.

Column 76 in De Limburger/Limburgs Dagblad, 10 mei 2016.